Verkeersdoodslag in België: nieuw misdrijf, loutere symboliek of ook zwaardere gevolgen?
Door de recente hervormingen van het Strafwetboek zijn de strafrechtelijke risico's in dergelijke dossiers aanzienlijk toegenomen. Federaal minister van Justitie Annelies Verlinden lanceerde immers een nieuw wetsvoorstel dat inmiddels ook door de Kamer werd goedgekeurd. Vanaf 8 april 2026 treedt deze bepaling in werking, samen met het nieuwe Strafwetboek.
Het huidige Strafwetboek bepaalt dat wie onopzettelijk bij een verkeersongeval iemands dood veroorzaakt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en een geldboete van 50 euro tot 2.000 euro (artikel 419, tweede lid).
Het nieuwe Strafwetboek van 2024 bepaalt dat wie door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid iemands dood veroorzaakt, strafbaar is met een straf van niveau 2 (gevangenisstraf tot 3 jaar) (artikel 106). Daarnaast voorziet het Strafwetboek ook in een specifieke bestraffing voor “dodelijke verkeersongevallen” (artikel 107). Voortaan kan dit worden bestraft met een straf van niveau 3 (gevangenisstraf tot 5 jaar). Het veroorzaken van iemands dood in het verkeer vormt dus een strafverzwarende factor.
Aanvankelijk achtte de wetgever de precieze oorzaak van het verkeersongeval niet doorslaggevend voor het bepalen van het toepasselijke strafniveau. Het wetsvoorstel van mevrouw Verlinden beoogt hierin verandering te brengen door de invoering van een nieuw artikel 107/1 in het Strafwetboek.
Wat zal er nu veranderen?
In de eerste plaats verandert de terminologie. In de gevallen bepaald in artikel 107/1 nieuw Sw. is voortaan niet langer sprake van een verkeersongeval met dodelijke afloop, maar van "verkeersdoodslag". Met deze begripswijziging wil men inzetten op meer bewustwording bij verkeersdeelnemers, maar ook op meer aandacht voor nabestaanden van verkeersslachtoffers. De aanpassing is in die zin onmiskenbaar symbolisch.
Daarnaast voorziet het artikel in een extra strafverzwaring naar strafniveau 4 (gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar) wanneer de feiten gepaard gaan met een ernstige verkeersinbreuk. Met deze verzwaring wil de wetgever benadrukken dat wie deelneemt aan het verkeer en door zijn eigen gedrag een potentieel grote impact kan hebben op het leven en de fysieke integriteit van andere verkeersdeelnemers, een bijzondere verantwoordelijkheid draagt.
Ernstige verkeersinbreuk die de strafverhoging zullen rechtvaardigen, zijn:
- overtredingen van de vierde graad
- door het rode licht rijden
- rijden met de gsm in de hand
- een snelheidsinbreuk van meer dan 40 kilometer per uur of meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf
- rijden zonder wettelijk vereist rijbewijs of rijden met een rijbewijs dat is ingetrokken, ongeldig verklaard, geschorst of ingehouden (uitgezonder rijbewijzen waarvan de geldigheidsduur minder dan 1 jaar verstreken is)
- het rijden in een staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat onder invloed van drugs
- rijden met een rijbewijs dat alleen geldig is voor voertuigen met een alcoholslot, terwijl er in het voertuig geen alcoholslot is voorzien.
Op 8 april 2026 treden deze artikelen in principe in werking, samen met het nieuwe Strafwetboek.
Voor bestuurders die met een dergelijk dossier worden geconfronteerd, zal een grondige analyse van het strafdossier dan ook des te belangrijker zijn. Het bewijs van een ernstige verkeersinbreuk in combinatie met een dodelijk verkeersongeval zal bijzonder kritisch moeten worden onderzocht. De impact op de uiteindelijke strafmaat is immers aanzienlijk. Hierdoor wint tijdige en gespecialiseerde juridische begeleiding nog meer aan belang.
Bij vragen, neem dan zeker contact met ons op.
